Verslag van Dominee Miskotte over de bevrijding van Wesepe

Verslag van Dominee Miskotte over de bevrijding van Wesepe

 

Goede vrijdag, 30 maart 1945

Tijdens de kerkdienst werd de nieuwe avondmaalstafel  (een geschenk van de familie Kloosterboer van de Vels) ingewijd. Het vervoer van de tafel vanuit Deventer was een riskante onderneming geweest, vanwege de vele geallieerde oorlogsvliegtuigen die de Raalterweg zeer onveilig maakten.

 

(Ook de tafel en de mannen die hem vervoerden, zijn waarschijnlijk beschoten.) Maar het liep goed af.

 

Zondag na Pasen, 8 april 1945

De lokale situatie is erg kritiek! Na de kerkdienst deelde de heer Dieperink (winkelier en kastelein) mij mede, dat de Duitse legertroep, die op Tweede Paasdag in Wesepe kwartier had gemaakt

 

(in de pastorie en in het hele dorp) deze ochtend was weggetrokken. Op een klein groepje na. Dit vertrek was voorafgegaan door een ruzie in zijn café tussen de leiding van de legergroep en de Nederlandse architect Feberwee, die met zijn Duitse vrouw met deze legergroep was meegekomen. Die twee waren op 2 april ingekwartierd bij de pastorie. Ze waren, naar wat hij mij vertelde, door de Duitsers gedwongen om mee terug te trekken. De Duitsers en Feberwee verweten elkaar over en weer financiële manipulaties. Feberwee zou zijn geld niet gekregen hebben en de Duitsers zeiden dat hij genoeg had meegepikt uit hotel De Kap in Warnsveld, waar ze voor Wesepe gebivakkeerd hadden.

 

Later bleek dat Frau Feberwee met koffers vol bontmantels en tafelzilver reisde. In ieder geval  Feberwee en zijn vrouw bleven achter zonder Duitse dekking. Even later hoorde ik van Feberwee zijn lezing. Hij was het slachtoffer, een goede Nederlander, en hij kon niet naar zijn huis in Hilversum terug; of ze nog wat onder ons dak mochten blijven? Wat doe je dan? In elk geval beleefde we de bevrijding met de Feberwees in huis. De volgende dag hielp hij me gaten graven in de tuin om eventueel in te schuilen of om spullen te verbergen. Daarna gingen we de kelder versterken, waar we de nacht al in doorgebracht hadden vanwege het schieten, het leek vlakbij…….(Na de bevrijding bleek dat de Ferberwee  zware NSB’ers waren, die rond Doetinchem ontzettend veel kwaad hadden aangericht).

 

Woensdag 11 april 1945

Meester Bos meldde mij zéér vroeg (half zes ‘s ochtends) aan huis dat het dorp bevrijd was. De Canadezen stonden bij (die nacht afgebrande) molen van Dieperink. Ik erheen. We hadden een angstige nacht in de kelder doorgebracht. Nadat in de vooravond (10 april dus) steeds groepjes

 

Duitse soldaten langs de pastorie richting Raalterweg trokken. Ook de Duitsers die nog in ons huis bivakkeerden, trokken tegen de schemer weg. “Für Sie ist der Krieg vorüber, für uns beginnt es jetzt”, was het laatste wat ik van één hunner hoorde. Daarna véél schieten gehoord; vanaf het balkon ergens brand gezien…………..Doodmoe, en later (van drie tot vijf uur) nog even geslapen in de kelder, mijn vrouw en ik, mijn schoonmoeder en de Feberwees.

 

Ik herinner me nog dat de Canadezen bij de molen sigaretten uitdeelden. Ook dat ik kapelaan Schrijven uit de Boskamp op de fiets tegenkwam. Hij vroeg me of het hier nog Duits was of vrij……..hij wist het niet! Ik was net thuis, toen een Canadese tank de laan naar ons huis opreed. Een officier (kolonel) vroeg me of ik voor de komende nacht militairen kon herbergen, en hoeveel. “Zoveel als u maar wilt”, zei ik! Resultaat: die nacht van 11 op 12 april sliepen ongeveer twintig man in ons huis, op de vloer van de gangen en keuken en in de huiskamer, terwijl ik daar bij een carbidlantaarn de preek zat te maken voor de volgende dag. In de tuin sliepen nog zo’n 25 man meer. Het was heerlijk lenteweer. Die avond serveerden de soldaten ons in de tuin echte thee met suiker, creamcrackers met boter en jam en sigaretten.

 

In de uren voor de middag kwam de koster, Wijnhout, me vragen hoe te handelen met de lijken van de Duitsers, hier en daar achtergebleven. Ik had geen enkele burgerlijke bevoegdheid uiteraard; ik zei dat ik bereid was mee te werken aan een begraving op het kerkhof, na informatie hoe de Canadese commandant erover dacht. Deze zei: “We vechten niet tegen doden, en als u het accepteert, stuur ik een paar mannen mee als eregeleide”.  De begraving is de dag daarop gebeurd, nadat Wijnhout en anderen de persoonlijke gegevens en dingen van de doden zo goed als het kon hadden geborgen.

 

Ondertussen was er een aantal jonge mensen bij me geweest met de suggestie om de volgende dag, 12 april, in de kerk een dankdienst te houden. Er waren tijdens die dienst 325 mensen in de kerk.

 

Tijdens de dienst kwam in een snelle pas onze burgermeester, Jonkheer Mr. A.G.A. Ridder van Rappard, binnen. Hij had anderhalf jaar ondergedoken gezeten. Hij was bij mij altijd een vrij geregeld kerkbezoeker geweest.  Nu was hij er ineens weer en ging er door de kerk een luid applaus. Dat was iets uitzonderlijks  -zeker in die tijd-  in een plattelandskerk.

 

Er waren op mijn invitatie ook enkele Canadese militairen in de kerk.  Dit laatste ondanks de spontane reactie van de Canadese kolonel. Toen ik hem ‘s avonds 11 april in de tuin had zitten en hem uitnodigde. Hij bleek namelijk met de troepen na  D-day vanuit Normandië meegevochten te hebben. Hij reageerde:  “ It was dirty work, it had to be done, please leave out God”.  (Het was smerig werk, het moest gedaan worden, maar laat God er alsjeblieft buiten). Toch was hij er.

 

Ik hield wel een erg lange preek.

 

Thuis na de dienst bood Frau Feberwee (ze was er ook met haar man; ze hadden grote oranje kokardes op) me in tranen een bos bloemen uit mijn eigen tuin aan. ‘t Was toch zo mooi geweest……….ja,ja………

 

Uit het kerkelijk archief van de Protestantse Gemeente Wesepe  ( in bewaring bij het Historisch Centrum Overijssel).



< Ga terug