Een stukje geschiedenis van de School te Wesepe

Het onderwijs is in de marken van Wesepe en Averlo steeds een onderwerp van zorg geweest. Dat blijkt wel uit de Rijksarchieven van Zwolle en het gemeente-archief van Deventer. We treffen voor het eerst iets aan over het schoolgebouw in een rekening van 1795.

 

Op 21 april van dat jaar staat geboekt :
“Aan Gerrit Steerneman, timmerman, wegens verdiend arbeidsloon zoo van de schoole met nieuwe balken en plaaten daar op te maken en te leggen, gelijk de pannen etc. aan de zijden van de wheeme, de hof met een nieuw fundament en muure te metselen en daarboven met planken te maaken etc. te samen: 45 dagen ad 15 st. daags, 33gl, 15 st.

 

Aan twee arbeyders ; ieder voor een halve dag arbeidsloon, wegens de plaaten en balken op de schoole te helpen, 9 st “

 

ab2Het gebouwtje, waarin de Weseper kinderen naar school gingen, stond tegen de achterwand van het koor van de kerk. In 1809 is deze school in zo”n droevige toestand, dat de schoolopziener zich er over beklaagt bij de landdrost van Overijssel. Deze geeft door tussenkomst van de schout van Olst op 6 mei 1908 “Kennis aan markegenooten met verzoek de school te restaureren of eene nieuwe te bouwen in overleg met de schoolopziener”. Op 16 juni 1809 “compelleert de landdrost zonder verdere tergiversatie de noodige voorzieningen te treffen”. Markegenooten oordelen dat het gebouwtje “met geene mogelijkheid door eenige verbetering tot een aan het oogmerk voldoend locaal geapprpopiëerd zal kunnen worden”.

 

Ze hebben het oog gevestigd op een gedeelte van de kerk. Om dit plan uit te voeren, worden de kosten beraamd op 750 gulden . Dit bedrag heeft men echter niet. “Geen duit in kassa, maar deze zelfs met schulden bezwaard” , schrijven de markegenooten op 19 juli 1809. Zij wenden zich tot goedsheeren en geërfden van Olst in het vertrouwen dat dezen zullen bijspringen, evenals ze voorheen wel gedaan hadden ten opzichte van de kerk, pastorie en kosterie.

 

En… men heeft succes ! Op 15 september 1809 wordt 375 gulden (dus de helft van de kosten) geleend “voor het bouwen van een nieuw schoolvertrek voor de jeugd van Wezepe”.

 

Een nieuw schoolvertrek bouwen ? ”t Mocht wat! Het oorspronkelijke plan liet men varen voor een eenvoudigere en goedkopere oplossing door – schrik niet- de keus te bepalen op het portaal onder de toren. Hoe men deze plek van 5m bij 4,5 m omtovert in een school, kunnen we in het bestek lezen.

 

Om dit bestek in de Dorpskrant te beschrijven gaat wat ver, maar we zullen de volledige tekst op de internetsite van het Weseper erfgoed gaan vermelden.

 

De publieke aanbesteding van de verbouwing werd op 21 september 1809 op het stadswijnhuis te Deventer opgedragen aan de laagste inschrijver Willem Nieuwenhuys voor 720 gulden. Hierbij kwam nog 53 gulden 2 stuivers en 4 centen voor een geleverde kachel met pijpen door Christiaan van Sittert.

 

Niet minder dan driekwart eeuw is in dit kinderpakhuis het schoolonderwijs gegeven. Als koster- schoolmeester wordt het eerst aangetroffen Hendrik Janss. in 1645.
Het salaris werd bijna geheel betaald in natura plus vrije woning met het gebruik van een paar stukjes grond.

 

En..:
“Eens voor all uth die marckenopcomsten thogelacht die som van vyffundtwintich keys gl.” Dit geschiedde omdat hy buyten gissonge durch inductie van messelaers ende timmerluyden was vervallen “in sware oncosten van timmerasie zijner woning”. 

 

Uit de provinciale kas kreeg hij nog 50 gulden per jaar. Zestig jaar later vroeg zijn opvolger Marten Pruim verbetering van het tractement . Er werd afwijzend op dit verzoek gereageerd. Hij kon echter wel twaalf stuivers bijverdienen, wanneer hij voortaan de kerkklokken wilde luiden. Ook kon hij bij sommige boeren garven halen en in de week voor pasen. eieren en een paar stuivers komen halen.

 

“De karke gaf em huus en toen
As köster. Eier halen.
Dit mochte hi”j vri”j met Paoschen doen,……
Sint Jaopik zag men weer den man
Langs roggelanden zwarven
Un boerenwagen reed er naost
Veur ”t oplaên van de garven.”

 

oude-school-wesepeMet het kosterschoolmeesterschap waren nog enkele andere baantjes gecombineerd nl. die van voorzanger, voorlezer, doodgraver, en klokluider. Terwijl Peter Willem van Sichem van 1744-1798 en diens zoon Anthony van Sichem van 1798-1814 tevens “verwer-glazenmaker”waren. Dit laatste beroep zullen zij wel vooral in de zomer hebben uitgeoefend, want dan was de school gesloten. Want al in het voorjaar werden de leerlingen thuis gehouden om daar behulpzaam te zijn. Voor de overblijvende kleintjes zorgde de vrouw van de schoolmeester. “in kosterhuys by zyn vuur” van ”s morgens 8 á 9 uur tot ”s avonds 4 á 5 uur. De laatste koster- schoolmeester was Gerhardus Johannes Herman Cornegoor, benoemd tot 6 mei 1860.

 

Bronvermelding: Verzamelde Gegevens Olst en Wesepe over de kerk en de over de oude Kosterschool te Wesepe . Samengesteld door D.H. Van Sichem (Utrecht 2004).



< Ga terug